[elke geeft les]·[elke leest]

[elke leest] “De taxonomie van Bloom in de klas”

Flash-back naar een ver nevelig verleden 

Vorige week zat ik thuis, te letten op een kat die mij alleen kent wanneer ik haar enige bron van blikjesvoer ben. En omdat ik nogal geloof in ontpluggen, had ik heel wat boeken mee waaronder De taxconomie van Bloom in de klas van Eef Rombaut, Ingrid Molein en Tine Van Severen.

Ja, het is algemeen geweten dat ik liever stationsromans lees, maar hey: af en toe moet een mens zich wat inwerken in nieuwe materie, en voor het vak Rooms-Katholieke Godsdienst (RKG) staat de implementatie van een nieuw leerplan op het programma. Wel, niet zozeer een nieuw leerplan, maar wel een update van het vorige nieuwe leerplan. En één van de updates is de toepassing van de taxonomie van Bloom op de verschillende terreindoelen.

Nu moet ik toegeven dat ik als licentiaat filosofie opgeleid in Leuven, sowieso geen hoge dunk heb van pedagogie. Snobistisch van mij, ik weet het, maar niemand is perfect. Daar komt nog bij dat ik in mijn opleiding tot leraar heeeeeeel weinig didactiek en pedagogie heb gekregen, en ik kan me met de beste wil van de wereld niet herinneren dat ik die Bloom ooit ben tegengekomen in die 2,5 vakken die ik dan wel had. Bij het woord taxonomie moet ik ook spontaan denken aan wandelende takken.

YIKES!

Maar dus: ik zocht op het web, vond dit boek, kocht dit boek, las het en nu sta ik voor de iet of wat akelige taak om die shit te gaan toepassen in de les. En ik moet zeggen: jeej voor het boek, iet of wat jeej voor de taxonomie van Bloom, maar fuck: dat wordt veel werk.

Bij deze: een samenvatting van wat ik geleerd heb.

  • Dees boek is de te dik en bevat teveel witte stukken. Ik heb er van miserie ergens een sippe boom op getekend. Ik heb graag brede marges om in te schrijven, want ja: ik schrijf in mijn boeken. Maar bijna elke anderhalve pagina is blanco.
  • Een taxonomie is een onderverdeling in groepen op basis van criteria. Lekker helder. Het voorbeeld dat gegeven werd kwam uit de biologie, waar je een dier kan opdelen volgens stam, klasse, orde, familie, genus en species. Ik moest spontaan denken aan die andere activiteit van de voorbije dagen (true crime series bingen met De Zus) en de serie Mindhunter waarin wordt uitgelegd hoe je moordenaars kan onderverdelen volgens niveau van organisatie, frequentie van moorden, slachtofferselectie, e.d.
  • Je kan lesdoelen opdelen volgens soorten kennis en volgens het gevraagde denkproces.
  • Oorspronkelijk was het de bedoeling ook een taxonomie te maken van affectie processen (wat een leerling zou moeten voelen) en psychomotorische processen (wat een leerling zou moeten doen), maar dat is amper gebeurd en wordt niet besproken in dit boek. Wat ik persoonlijk wel sneu vond, want laat dat nu net superinteressant zijn voor RKG, waar we leerlingen niet alleen willen leren nadenken over levensbeschouwelijke vragen, maar ook in dialoog willen laten treden met zichzelf en anderen over die vragen en mogelijke antwoorden. We willen dat ze zich respectvol leren gedragen en nieuwsgierig worden naar elkaars mening, dat ze zich uitgedaagd voelen door het leven om hen heen en hun mening durven uiten. Als ik daar de werkwoorden uithaal (en de taxonomie van Bloom draait rond werkwoorden) dan zie ik: dialogeren, gedragen, worden, voelen, durven. Niks cognitief, dus. Maar op zich is dat dan ook weer een uitdaging, want ik ben me nu nog veel meer bewust van het feit dat ook die houdingen en vaardigheden moeten aangeleerd worden.
  • De taxonomie van Bloom draait rond werkwoorden (had ik dat al gezegd?)
  • Op pagina 22 zag ik het al niet meer zitten, want daar steekt een briefje (dat ik gebruikt had om opdrachten voor mijzelf neer te schrijven) waarop staat: Okido, dees ga ik no way voor elk doel doen hé, da ziede van hier! Om maar te zeggen dat het wel wat werk vraagt van een leerkracht om je les echt helemaal rond dat werkwoord op te bouwen, eigenlijk. (Spoiler alert: later in het boek was ik helemaal overtuigd van het nut van de methode die aangereikt wordt, en zelfs een beetje enthousiast. Kan ook met de hitte te maken gehad hebben, natuurlijk.)
  • Op p. 31 vond ik dit citaat:

Op het einde van een instructiegeheel is de leerling veranderd betreffende de hoeveelheid kennis die hij heeft opgebouwd (hij weet meer) en de soort kennis die hij heeft opgebouwd (hij weet andere zaken).

  • Count me stupid, maar ik had er nog nooit bij stilgestaan dat de bedoeling is dat een leerling verandert. Terwijl ik mijn eigen lessen wel altijd in die zin begrijp: ik wil dat mijn leerlingen zichzelf beter leren kennen, respect leren tonen voor anderen, enthousiast worden voor de wereld rond zich, weerbare mensen en geëngageerde burgers worden. Dat zijn veranderingen, tuurlijk. Nog nooit bij stilgestaan. I iz no genioes.
  • Er zijn vier soorten kennis: feitelijke kennis (het beerdiertje bestaat), conceptuele kennis (het beerdiertje is het beste diertje van de wereld), procedurele kennis (zo kijk ik door een microscoop naar het beerdiertje), en metacognitieve kennis (ik hou van het beerdiertje).  Toegepast op mijn vak: de Bijbel is een christelijk boek; hoe onderscheid ik een christelijk boek van een niet-christelijke boek; hoe zoek ik op in de Bijbel; en waarom ben ik niet goed in RKG? (OMDAT GE UW TAKEN NIET AFGEEFT ARNO, DEDJU.)
  • Conceptuele kennis definiëren voor RKG vind ik moeilijk, persoonlijk. Welke systemen, klassificaties, theorieën… moeten leerlingen kennen om het verband tussen al die feitjes te zien? Opnieuw: nog nooit eerder over nagedacht. Ik begin hier stilaan te vermoeden dat ik een slechte leerkracht ben. (En we zijn nog maar aan pagina 39.)
De zes cognitieve processen
  • Er zijn zes cognitieve processen, dus zes manieren om na te denken: herinneren, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. Die worden heel goed uitgewerkt in het boek, vind ik. Tijdens het lezen merkte ik dat ik mijn leerlingen heel veel laat analyseren, evalueren en creëren, maar toch vooral herinneren, begrijpen en toepassen ondervraag op toetsen. Dus dat is ook iets om aan te werken bij het voorbereiden van mijn lessen.
  • Ik weet niet bij welk cognitief proces ik tweede taal herkennen, begrijpen en interpreteren moet zetten. Dat is nochtans wel superbelangrijk in ons vak. Dus daar moet ik me nog eens over buigen.
  • Op p. 152 wordt de term rubric gebruikt, dus dat ben ik eens gaan opzoeken. Dat blijkt een evaluatietabel te zijn, zoals ik die heb leren gebruiken toen ik de goddelijke Kristien mocht vervangen voor cultuurwetenschappen en VOP (een seminarieproject waarbij leerlingen van 5 en 6ASO onderzoeksvaardigheden oefenen). Altijd die vreemde Engelse woorden voor alles 🙂
  • Op p. 95 staat een korte samenvatting van hoe je een lesontwerp kan uitwerken de hand van de taxonomie van Bloom.  Op p. 175-177 staat die ook in een langere vorm.  Er worden zeven stappen onderscheiden, en geen daarvan is “wat gaat de leerling antwoorden op mijn vraag”, wat ik als slachtoffer van de fetisj van lerarenopleidingen overal te lande voor De Uitgebreide Lesvoorbereiding alleen kan appreciëren. Je begint met het inschatten van de beginsituatie en de noden van de leerling, dan formuleer je pas je doelstelling voor je les (voor mij dus al echt de wereld op z’n kop, want ik start altijd vanuit een doel). Vervolgens koppel je daar de nodige leerinhouden aan, en hier moet je ook nadenken over hoeveel een leerling moet kennen en hoe nauwkeurig  die kennis moet zijn, en ook – en dit vond ik heel interessant – wat betekent dit leren voor de leerling?  Mijn instinct is dat elk leren goed is, want ik hou van kennis en ik ben heel leergierig. Maar ik denk dat ik over die vraag toch eens grondig zal moeten nadenken. Daarna selecteer je werkvormen, media, wat je nodig hebt voor een goede leeromgeving en de gepaste evaluatievorm(en).
Elkes niveau van pedagogische bekwaamheid vis-à-vis de methode voorgesteld in dit boek, bij benadering
  • Ik vind de lijst van valkuilen bij het formuleren van doelen p. 167-169 ook heel interessant. Het gaat vooral over het verwarren van dingen, en ik merk dat ik dat nogal eens doe.
  • Ik ontdek hier ook voor het eerst, na 15 jaar lespraktijk, de termen formatieve en summatieve evaluatie. Formatieve evaluatie wil zeggen dat je tussenin eens checkt of een leerling mee is, summatieve dat je kijkt of het doel bereikt is op het einde van het leerproces. Het vrolijkt mij op dat mijn spellingscorrector deze woorden ook niet kent. Nu, dit doe ik wel al, driewerf hoera.

Soit, ik heb duidelijk veel denkwerk voor de boeg. Gelukkig hebben wij veel vakantie, zodat een mens daar ook tijd voor heeft.

Overigens:  hier vind je een korte samenvatting van de theorie, maar voor wie met dat ding aan de slag moet, zou ik echt het boek aanraden.

4 gedachten over “[elke leest] “De taxonomie van Bloom in de klas”

  1. Awel he Elke; dat laatste stukje is dus de manier waarop je in de basisschool moet werken. 😉 beginsituatie, waar wil je naartoe vanaf die beginsituatie, hoe ga je dat aanpakken en welke middelen ga je daarvoor gebruiken? Dan heb je je gemiddelde leerling waarvoor je dat opsomt; dan heb je je iets verder gevorderde leerling waarbij je idem dito doet (andere beginsituatie, ander leesboek, andere aanpak), je leerling die iets langzamer gaat (same here) en je leerling die een individueel aangepast curriculum volgt omdat hij of zij nog niet lang hier is of omdat hij of zij een M-decreet-slachtoffertje is en dan doe je weer hetzelfde. Als je geluk hebt, kan je voor dat laatste rekenen op de SES- of zorgleerkracht en zoniet moet je maar zien dat je al je sjoekes aan het werk houdt. Je geeft dus les op vier niveaus, op hetzelfde moment. Je denkt uit wie je wanneer welke instructie gaat geven en hoe je dat in de praktijk allemaal gaat organiseren in 2x 25′. We hebben het hier over een doodgewone lees-of rekenles in de lagere school. Waarmee ik wil zeggen: den eerste die nog zegt dat wij niet moeten zagen omdat wij veel vakantie hebben; krijgt een ingebeelde ‘toek op zijn b…..’ 😉

    Geliked door 1 persoon

    1. Oooh, die gemiddelde-tragere-snellere-sukkelaar-dynamiek had ik zelfs nog niet, want die staat niet in het boek, omdat er niet op klas- maar op leerling-niveau geschreven wordt! Goed dat je dat zegt, joh! En ja, amai, wat een stress… En ik mag dan nog vertrekken van een redelijk cognitief niveau en heel wat voorkennis, dat moet echt hels zijn om dat goed uit werken in de lagere school. Superknap dat je dat kan!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s